Academia.eduAcademia.edu

Outline

Romeinse scheepsresten in Nederland

2013, Archeobrief nr. 4 jaargang 17

Abstract

w i l l b r o u w e r s , e s t h e r j a n s m a e n m a r t i j n m a n d e r s 1 Een typische Romeinse platbodem vrachtvaarder maakt zich klaar om te vertrekken. Links passeert een patrouillevaartuig. O n d e r z o e k 13 Archeo 2013-4 deel A_WTK nr. 2-2006 deel A 09-12-13 17:33 Pagina 13

Archeo 2013-4 deel A_WTK nr. 2-2006 deel A 09-12-13 17:33 Pagina 13 will brouwers, esther jansma en martijn manders Onderzoek 13 ARCHEObrief Romeinse scheepsresten in Nederland 1 Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw is het raden en soldaten werden bijeengebracht en waterwe- aantal gevonden Romeinse scheepswrakken in gen zelfs aangepast om troepentransporten per schip Nederland gestaag gegroeid. Spectaculaire vondsten te vergemakkelijken. zoals de Woerden 7, De Meern 4 en De Meern 1 heb- Tacitus vermeldt dat er in 16 na Christus een vloot van duizend schepen door Germanicus werd gebouwd, be- ben het inzicht en de kennis vergroot en zijn bij staande uit korte, slanke galeien en platbodemvaartui- een breed publiek bekend geworden. Dit artikel gen die op de Insula Batavorum werden verzameld.1 biedt een overzicht van de scheepswrakken en - Het is vooral deze laatste categorie vrachtschepen die – resten uit de Romeinse tijd in Nederland. Eerst wor- zij het pas vanaf het einde van de eerste eeuw – in het den schepen en scheepskenmerken in twee catego- bodemarchief vertegenwoordigd is. Resten van Romein- rieën beschreven: galeien (militaire patrouillevaar- se gevechtsschepen zijn vooralsnog weinig in onze bo- tuigen of gevechtsschepen) en vrachtvaarders dem aangetroffen. (boomstamboten en platbodemvaartuigen). Vervol- Vanaf 47 na Christus kwam de grens van het Romeinse gens komen de archeologische Romeinse scheeps- Rijk (de limes) vast te liggen langs de Oude Rijn. Het castellum bij Velsen werd verlaten en een gesloten ke- resten kort aan bod. ten van forten bewaakte de grens. Deze infrastructuur van forten en wegen en de aanwezigheid van de bijbe- horende manschappen maakten constante bevoorra- Inleiding ding en patrouilles noodzakelijk, waardoor een inten- sief scheepvaartverkeer ontstond. Op de rivieren werd > De Romeinen waren in de eerste eeuw van onze jaar- telling zeer actief in het Nederlandse rivierengebied. Tussen 12 voor en 47 na Christus werd het gebied (In- 1 Een typische Romeinse platbodem vrachtvaarder maakt zich klaar sula Batavorum) meerdere keren gebruikt als spring- om te vertrekken. Links passeert een patrouillevaartuig. plank voor Romeinse veroveringen in Germania. Voor- Archeo 2013-4 deel A_WTK nr. 2-2006 deel A 09-12-13 17:33 Pagina 14 14 Onderzoek ARCHEObrief Romeinse tijd een bevoorradingskamp en waarschijn- lijk was er een militaire en civiele haven.7 In Velsen (castellum Flevum) is een complete haveninstallatie gevonden die sterk lijkt op die in mediterrane havens, met havenarmen, een havenbassin en botenhuizen.8 Vooral Velsen is bijzonder, omdat er resten van boten- huizen zijn aangetroffen. De afmetingen (6 bij 22 meter) suggereren dat het om kleine galeien ging.9 Vrachtschepen De overige scheepswrakken uit de Romeinse tijd die in Nederland zijn gevonden, kunnen tot drie typen wor- 2 den herleid: boomstamboten (7), punterachtige platbo- demscheepjes (1) en grote platbodemvaartuigen (11). De meeste wrakken die zijn ontdekt, waren afgedankte patrouille gevaren door eenheden van de Classis Ger- exemplaren en in de meeste gevallen waarschijnlijk manica (vlooteenheid van de Rijn), die zijn hoofdkwar- hergebruikt om kades te versterken en als beschoeiing tier in Keulen had. Tacitus deelt mee dat rond het jaar te dienen. 70 na Christus in ieder geval een deel van de roeiers Het archetype schip is de boomstamboot. De boom- bij de Rijnvloot in onze streken uit Bataven bestond.2 stamboot is het oudste vaartuig dat tot op de dag van vandaag op veel plaatsen in de wereld wordt gebruikt. Het laadvermogen van een uit één boomstam vervaar- Militaire schepen digde boot is beperkt. Een manier om het volume te ver- groten, was het aanbrengen van boorden (opboeisel) om Het basistype gevechtsschip in de oudheid was de de zijkanten te verhogen. Twee van de zeven bekende galei. Deze lange, ranke schepen waren bewapend met boomstamboten waren uitgerust met een visbun (Zwam- een ramspoor en werden voortbewogen door roeiers, al merdam 1 en De Meern 2; zie het overzicht van vracht- dan niet in meerdere lagen boven elkaar.3 Vanaf de schepen). Een visbun is een reservoir in een boot die Romeinse keizertijd werden alle gevechtsschepen voor dat doel is geperforeerd om levende vis aan boord te ‘liburna’ genoemd.4 Op de rivieren waren kleinere vari- kunnen bewaren. De Zwammerdam 5 was in gebruik als anten van dergelijke schepen in gebruik. In Duitsland viskaar.10 Een viskaar is een bootachtige constructie die zijn onder andere exemplaren gevonden in Oberstimm in zijn geheel als reservoir voor levende vis dient. Boom- en in Mainz.5 In Nederland zijn fragmenten van galei- stamboten waren altijd verstevigd met spanten, enerzijds en aangetroffen in Vechten, Velsen, Zwammerdam en voor versteviging van de boorden (opboeisel) en ander- Woerden. Kenmerkend voor deze resten is de typische zijds voor het openhouden van de kunstmatig door mediterrane manier van het verbinden van de plankde- len in de veer-en-deuveltechniek. Dat dergelijke schepen in Nederland gevaren hebben, 2 De Romeinse forten langs de limes en de verdeling van Romeinse staat buiten kijf. In Vechten (Fectio) is een altaar schepen in Nederland. gewijd aan Jupiter gevonden. Het altaar was opgesteld door een kapitein van een gevechtsvaartuig; de trierar- 3 Mediterrane veer-en-deuvel techniek. Houten plankjes worden in chus Caius Iulius Bio. Op een terra sigillata-scherf (eer- uitgefreesde inkepingen vastgezet met kleine houten pennetjes. ste eeuw na Christus), gevonden in Vechten, is een oorlogsschip gegrift.6 Vechten was al in de vroeg- 4a+b Detail van twee boomstamboten. Links: detail van de Zwammerdam 1, de gaten van de visbun. Rechts: detail van de roei-installatie van de Zwammerdam 3. Het gat is bedoeld om een lus doorheen te halen die de roeiriem op zijn plek hield. De roeiriem zelf rust op de rand en veroorzaakt een typische uithol- ling/slijtageplek. 5 Plattegrond van de Zwammerdam 2. Het vlak, de leggers en mast- spoor in het zaathout. 3 Archeo 2013-4 deel A_WTK nr. 2-2006 deel A 09-12-13 17:33 Pagina 15 Onderzoek 15 ARCHEObrief A B 4 branden uitgeduwde wanden van de holle boomstam.11 van vandaag in Nederland gebouwd, onder meer in Twee boten (Woerden 3 en Zwammerdam 3) waren uit- Giethoorn. Tot de Romeinse puntervondst in De Meern gerust met een mast(bank), zoals die ook gangbaar was ging men ervan uit dat het type in de middeleeuwen in op de veel grotere Romeinse platbodemvaartuigen. een Hollandse context was ontstaan.12 Punters zijn Sinds kort is bekend dat de Zwammerdam 3 een roei- kleine, open platbodemvaartuigen. De Romeinse pun- inrichting had die overeenkomt met de roei-installatie ter was een smal vaartuig met een plat bodemvlak zon- op de grote platbodem Woerden 7. Wat opvalt, is dat der kiel, lancetvormige uiteinden en zeer weinig diep- sommige constructietechnieken en gebruikte (Romein- gang. De overgang van het vlak naar de boorden was se) maten vergelijkbaar zijn met die van de grote plat- vrij hoekig. Beide boorden bestonden uit één of twee bodemvaartuigen. planken. Verbindingen waren gespijkerd. Boomstamboten waren niet altijd (primitieve) inheem- Met de komst van de Romeinen trad schaalvergroting se voorlopers van Romeinse schepen. We zien dat Ro- op. Naast de (inheemse) boomstamboten en (Romein- meinse bouwtechnieken en maatvoering ook bij de se) galeien introduceerden de Romeinen een nieuw boomstamboten werden gebruikt. De meeste boten rivierschip voor zware lasten: grote aakachtige platbo- zijn op grond van omgevingsvondsten grofweg geda- demvaartuigen. Deze platbodems hebben als basis- teerd in de Romeinse tijd. Ze werden gebruikt naast en principe de rechthoekige laadbak, een kielloze platte samen met de grote vrachtvaarders. Boomstamboten bodem die oploopt naar de voor- en de achterkant zijn voor allerlei functies inzetbaar, van visserij tot la- (heve), rechte lage boorden en een zeer geringe diep- ding- en personenvervoer. gang. Dergelijke vaartuigen leenden zich uitstekend Uit een recente vondst (De Meern 6, 2008) weten we voor bulkgoederen zoals graan en stenen. Laag water dat er in de Romeinse tijd ook punterachtige scheepjes en zelfs de afwezigheid van kades waren door de op- werden gebouwd. Deze scheepjes worden tot op de dag lopende heve en kielloze bodem geen probleem. > 5 Archeo 2013-4 deel A_WTK nr. 2-2006 deel A 09-12-13 17:33 Pagina 16 16 Onderzoek ARCHEObrief Berghout loggat Oplanger Legger (bak)steengruis (Zwammerdam 2, Druten) geven een indicatie over de lading van dergelijke schepen. Boordgang legger + knie Kim Scheepsconstructie Zaathout Het meest opvallende of zelfs meest typerende ken- merk van Romeinse platbodemvaartuigen is de kim- 6 constructie. De kim vormt de overgang van bodem Vlakplank naar de zijkant (boord) en bestaat bij alle tot dusver ge- vonden platbodems uit een naadloos l-vormig gedeelte van een in de lengte doorgezaagde en vervolgens uitge- holde (halve) boomstam. Een ander opvallend kenmerk van de platbodems is de spantversteviging in de vorm van spanten of leggers die uit delen van boomstammen bestaan met één zijtak er nog aan. De rechtopstaande zijtakken (kniestukken) dienen ter versteviging en bevestiging van de boorden. De leggers zijn vaak in paren geplaatst met per paar één kniestuk aan bakboord en één aan stuurboord. Soms is aan de andere zijde van de legger een verticaal inhout (oplanger) als extra versteviging geplaatst. De typische L-vormige kimconstructies die zowel aan bakboord- als stuurboordzijde uit een boom gehouwen zijn, worden gezien als belangrijk argument dat deze categorie platbodemvaartuigen zou zijn ontstaan uit een (inheemse) boomstamboot. 7 Een boomstamboot werd in de lengte doorgezaagd en de laadcapaciteit werd vergroot door extra planken tus- sen beide helften te plaatsen. Indien gewenst, kon men De twee vroegste platbodems (De Meern 4 en Zwam- de zijkant verhogen en de platbodem was gereed. merdam 4) kunnen respectievelijk rond en iets voor Onderzoek naar het hout van De Meern 1 en de Woer- het jaar 100 na Christus worden gedateerd. Beide zijn den 7 maakte echter duidelijk dat deze werkwijze, in dus gebouwd in een periode van stabiliteit en economi- elk geval bij deze twee schepen, niet is gevolgd. Bij de- sche voorspoed. De meeste teruggevonden vrachtsche- ze schepen is een boomstam eerst over de lengte door- pen zijn te dateren in de tweede helft van de tweede gezaagd, waarna de tegenover elkaar liggende delen ie- eeuw na Christus. Resten van graan (Woerden 1) en der tot kimdeel werden gevormd.13 8 Archeo 2013-4 deel A_WTK nr. 2-2006 deel A 09-12-13 17:33 Pagina 17 Onderzoek 17 ARCHEObrief 9 Overigens heeft De Meern 4 kimmen die uit twee ver- schillende bomen zijn gekapt. Grote Romeinse platbo- demvaartuigen worden aangeduid als plankboten, ri- vierpramen, rivieraken, schepen van het type Zwam- merdam, Rijnlandse schepen, Gallo-Romeinse platbodems, en Noordwest-Europese Rijnlandse sche- pen. Daarnaast wordt een onderverdeling in een Rijn- landse- en Keltische bouwtraditie gehanteerd.14 Type- rend voor Rijnlandse schepen is een overnaads (gepot- dekseld) gespijkerd boord op de l-vormige kim. De op Keltische wijze gebouwde schepen hebben karveel ge- 10 6 De verschillende onderdelen van de platbodemvaartuigen. plaatste boorden op een iets uitstaande kim als kenmerk. 7 Op deze manier kon de l-vormige kim – zoals die van De Meern 1 Bij nadere beschouwing blijkt echter dat karveelbouw – uit een eiken boomstam worden gehaald. ook voorkomt bij Rijnlandse schepen. En nu was juist de karveelbouw aangewezen als typisch voor de Kelti- 8 In de Zwammerdam 4 zijn de leggers in paren om en om met een sche methode. Helaas laten de schepen zelf zich niet in natuurlijk kniestuk geplaatst. een strak keurslijf dwingen. Morel komt met de vol- gende oplossing : ‘(...) kan geconcludeerd worden dat 9 Schematische doorsnede van Romeinse platbodemvaartuigen. de Rheinische schepen in twee groepen in te delen Rij a: de Rijnlandse indeling. Rij b: de nieuwe indeling. In rood: zijn: karveel gebouwde en overnaads gebouwde sche- de huidgangen; in groen: berghout; in blauw: binnenboord. pen’.15 De scheepsbouwers gebruikten alle bouwtech- a: De Meern 4; b: Woerden 7; c: Zwammerdam 4; d: Xanten- nieken die voorhanden waren. Ward; e: Zwammerdam 6; f: Mainz Prahm 1; g: Woerden 1; De Romeinen namen hun mediterrane traditie mee en h: Zwammerdam 2; i: De Meern 1. die werd aangepast en vermengd al naargelang de be- hoefte. Functie (laadvermogen), economische overwe- > 10 Links karveel of koud tegen elkaar geplaatste plankdelen. Rechts overnaads geplaatste planken, zoals die later in bijvoorbeeld Vikingschepen ook voorkomen. De overnaadse bouwwijze geeft een stevigheid, die bij de karveelmethode door middel van span- ten moet worden verkregen. 11 Loggaten boven vloernaden aangebracht. Enerzijds om het buis- water naar het laagste punt te laten lopen, anderzijds om rotting van leggers te vertragen. 11 Archeo 2013-4 deel A_WTK nr. 2-2006 deel A 09-12-13 17:33 Pagina 18 18 Onderzoek ARCHEObrief Het overgebleven deel werd omgebogen en weer terug in de huid geslagen als een soort niet. Vervolgens wer- den de vlakplanken vastgezet met spijkers van onderaf. Bij De Meern 4 zijn de huidplanken op mediterrane manier aan elkaar bevestigd (veer-en-deuvelverbin- ding). Een enkele, geïsoleerde, veer-en-deuvelverbin- ding is vastgesteld bij de Zwammerdam 6, die in de tweede helft van de tweede eeuw wordt gedateerd. Al in de vroegste platbodems, De Meern 4 en Zwam- merdam 4 (beide rond 100 na Christus) zien we ver- schillende bouwtechnieken naast elkaar. De huidplan- ken van De Meern 4 zijn deels op mediterrane wijze verbonden, terwijl de verbindingen bij de even vroeg gedateerde Zwammerdam 4 gespijkerd zijn. Wat opvalt is dat de mediterrane methode allee bij De Meern 4 re- 12 latief ‘slordig’ en onregelmatig is uitgevoerd. Dit zou erop kunnen wijzen dat een (inheemse) scheepsbou- wer met deze voor hem niet alledaagse techniek is gingen (voorhanden zijnde materialen, ruimte, kwa- gaan werken. liteit en tijd) en geografische gesteldheid (bedding, De meeste platbodems zijn symmetrisch gebouwd, stroming en oevers) bepaalden eerder het uiterlijk en met planken uit dezelfde boom op dezelfde positie ten de gebruikte bouwwijze van de schepen. opzichte van de lengteas. Daardoor krijg je een symme- trische vorm en krachtenverdeling. De Meern 4 was Bevestiging plankdelen en leggers niet symmetrisch gebouwd. Dit was het enige schip De spanten of leggers werden op de plankdelen van het waarbij niet-symmetrische bouw door middel van den- vlak gepositioneerd met spijkers. In alle schepen zijn drochronologie is vastgesteld.16 de lange spijkers dwars door spant en huid geslagen. Alle leggers van platbodems zijn aan de onderkant voorzien van driehoekige inkepingen ofwel loggaten, die met de naden van vlakplanken corresponderen. De inkepingen maakten het mogelijk ook onder de leggers Za elvo ren R tho dig pa gg ds a u ie t Le naa oe u En ers te breeuwen en het vlak waterdicht te houden. O eel n r rv ve k Ka De Meern 1 Voortbewegingstechniek De Meern 4 Druten Bij de Woerden 7, de Zwammerdam 6 en De Meern 4 Kapel Avezaath Woerden 1 was een mastspoor uitgespaard in een langsscheepse Woerden 2 balk die op de leggers was aangebracht (zaathout). Bij Woerden 7 Zwammerdam 2 de overige aken was de mast bevestigd in een extra bre- Zwammerdam 4 de legger. Zwammerdam 6 Bij een aantal schepen is vastgesteld dat de mast op Mainz 6 een kwart van de scheepslengte vanaf de voorsteven Xanten-Wardt stond (Zwammerdam 2-4-6, De Meern 1 en de Woer- den 7). De zeilcapaciteiten van de lange, smalle sche- pen waren beperkt. De meeste mastsporen duiden op relatief lichte masten. De mastpositie is geschikt voor De Meern 1 een dwarsgetuigd zeil, hoewel de Romeinen ook het De Meern 4 Druten datering van bouw langsscheeps getuigd sprietzeil kenden. Het is niet vast a.h.v. dendro datering Kapel Avezaath te stellen of dat laatste ook in deze schepen werd ge- Woerden 1 datering van ondergang, Woerden 2 a.h.v. inventaris/vondsten bruikt.17 Een langsscheeps sprietzeil zou de bezeilbaar- Woerden 7 Zwammerdam 2 datering globaal heid (de mogelijkheden te kunnen laveren) van derge- a.h.v. omgevingvondsten Zwammerdam 4 Zwammerdam 6 lijke schepen wel aanzienlijk vergroten.18 Een alternatieve voortbewegingswijze voor het stroom- Mainz 6 Xanten-Wardt opwaarts varen is het jagen. Dat is het voorttrekken van 100 125 150 175 200 na Chr. het schip aan een lang touw. De mast zou dan gebruikt zijn om het jaagtouw aan te bevestigen. Een relatief 13 lichte mastconstructie is daarbij voldoende. Het jagen Archeo 2013-4 deel A_WTK nr. 2-2006 deel A 09-12-13 17:33 Pagina 19 Onderzoek 19 ARCHEObrief kwam beslist voor in de oudheid en is op verschillende afbeeldingen te zien. Dit impliceert wel dat er jaagpa- den moeten zijn geweest langs delen van de rivieren.19 Sinds de ontdekking van de Woerden 7 weten we dat er ook geroeid werd. Er was op het schip plaats voor mini- maal twaalf roeiers. De Woerden 7 had tevens een mast en geeft dus een idee over de combinatiemogelijkheden van voortbewegingswijzen. De roeiriemen lagen niet in een roeidol maar als het ware los op het boord. De roei- riemen werden met (leren) lussen op hun plek gehou- den. Deze lussen waren in een gat door het boord be- vestigd (dolboordgaten). Precies deze bevestigingsme- thode is ook herkend in de boomstamboot Zwam- merdam 3 en de aak Zwammerdam 6. Het roeien zal dan als extra hulpmiddel bij bijvoorbeeld het navigeren, draaien, aanleggen en op rustig water gebruikt zijn. Hout Voor de Woerden 7, De Meern 1 en De Meern 4 wordt de herkomst van het hout momenteel opnieuw onder- zocht, waarbij een recent ontwikkeld internationaal e- depot voor dendrochronologie wordt gebruikt.20 Dit le- vert interessante nieuwe kennis op. Hout van De Meern 1 (boordgangen en kajuitdeurtjes) en De Meern 4 (bodemplanken en kim) is afkomstig uit Vlaanderen. De eikenbomen die voor deze schepen zijn gebruikt, waren tussen de honderd en driehonderd jaar oud. De Woerden 7 is grotendeels met hout uit de Ardennen gebouwd, maar daarnaast is Nederlands eiken gebruikt dat groeide op de oeverwallen van de Rijn/Maasdelta.21 Dit wijst op respectievelijk de Schelde en de Rijn/Maas- delta als bouwlocatie voor in Nederland gevonden Ro- meinse platbodemvaartuigen.22 Made in Holland/Belgium? Het is zeker dat in elk geval de Woerden 7 ten dele is gebouwd met Nederlands hout. Daarnaast lijkt de Woerden 7 zo sterk op de Zwammerdam 6, dat ze 14 zusterschepen kunnen worden genoemd en heel goed op dezelfde werf kunnen zijn gebouwd. Waar lag die werf? Aangezien het hout van de oeverwallen van de Rijn/Maasdelta in de Woerden 7 een structurele functie komen om hier te worden afgebouwd met lokaal mate- had (waaronder het zaathout), lijkt het niet aanneme- riaal. Het is waarschijnlijker dat het schip langs de lijk dat dit schip als halfproduct naar Nederland is ge- Rijn/Maasdelta werd gebouwd, ten dele met hout dat uit de Ardennen was aangevoerd. Overigens is ook in de Romeinse stad Forum Hadriani hout uit de Arden- 12 Een replica van een Romeins patrouillevaartuig type Oberstimm. nen gebruikt (circa 205 na Christus).23 Het schip is 16 meter lang en bijna 3 meter breed. Voor zover de oorsprong van het hout van De Meern 1 en De Meern 4 kon worden bepaald, zijn deze ge- 13 Rijnlandse platbodemvaartuigen: een aantal hoofdkenmerken en bouwd met eikenhout uit Vlaanderen. Een scheepswerf de datering. In de grafiek zijn ook twee in Duitsland gevonden, ergens in het stroomgebied van de Schelde of dat van vergelijkbare schepen opgenomen. de Oude Rijn, die via al dan niet gegraven binnenwate- ren in de delta met elkaar verbonden waren, lijkt daar- 14 Werktekening van het schip van Vechten. mee plausibel.24 Gezien de gebruikte mengeling van mediterrane en inheemse technieken zou de bouw on- > Archeo 2013-4 deel A_WTK nr. 2-2006 deel A 09-12-13 17:33 Pagina 20 20 Onderzoek ARCHEObrief der Romeinse auspiciën kunnen zijn uitgevoerd door de lading; zo is in De Woerden 1 graan vervoerd28 en in inheemse (denk aan de slordige uitvoering bij De de Zwammerdam 2 is leisteen aangetroffen uit het Bo- Meern 4) en Romeinse scheepsbouwers of timmerlie- venrijngebied. Tussen de planknaden van de Zwammer- den, al dan niet in opdracht van het leger.25 dam 4 is baksteengruis gevonden. Van De Meern 1 is op basis van diepgang en breeuwsel vastgesteld dat het schip geen zware bulkladingen kon vervoeren (dan zou Lading en gebruik het water zijn gaan maken), en dus waarschijnlijk dien- de voor het transport van personen en lichte goederen. De reden voor de opkomst van de grote platbodemsche- Er werd tot voor kort vanuit gegaan dat veel grote plat- pen moet in eerste instantie worden gezocht in de be- bodems werden gebouwd in het gebied waar de lading voorrading van de Romeinse forten langs de limes in vandaan kwam (bijvoorbeeld bouwmateriaal uit het Germania Inferior, vanaf 47 na Christus.26 De reorgani- oostelijk Eifelgebied). De eenvoudige boten zouden satie van het leger en het grensgebied onder keizer Traja- daar gebouwd zijn als eenmalig te gebruiken met la- nus vanaf 98 na Christus en vooral de transformatie van ding stroomafwaarts zijn gevaren, en daarna zijn gede- de limesforten van hout naar steen in de tweede helft monteerd en hergebruikt als bouwmateriaal, beschoei- van de tweede eeuw zullen de vraag naar scheepsruimte ing of anderszins. Echter, slijtageplekken, reparaties en in het Nederrijngebied hebben doen toenemen. het verschil tussen de met jaarringonderzoek vastge- Voor de bouw van het stenen castellum Woerden IV wa- stelde bouwdatum en de door vondsten gedateerde ren tenminste 180 scheepsladingen tuf- en basaltsteen ondergang wijzen bij steeds meer schepen op meerja- nodig, naast nog eens twintig scheepsladingen dakpan- rig gebruik (De Meern 1, De Woerden 1, Zwammerdam nen.27 Tufsteen en basalt werd onder andere uit het 4, Woerden 7).29 oostelijk Eifelgebied gehaald en de dakpannen uit de Holdeurn bij Nijmegen. De bevoorrading van de forten en civiele nederzettingen als Forum Hadriani en Novi- Ontwikkeling van de techniek omagus was ook voor en na de steenbouwfase een per- manente activiteit die tot veel scheepvaartverkeer leidde. Romeinse platbodemvaartuigen zijn ontstaan in een Sommige schepen leveren aanwijzingen voor de vervoer- Gallo-Romeinse mediterrane context, maar er is voor- 15 Archeo 2013-4 deel A_WTK nr. 2-2006 deel A 09-12-13 17:33 Pagina 21 Onderzoek 21 ARCHEObrief alsnog geen (lineaire) ontwikkeling vast te stellen die begint met een (geïmporteerd) mediterraan gebouwd platbodemvrachtschip en eindigt met een volledig ge- spijkerd, overnaads gebouwd schip. In feite zijn de twee vroegst gedateerde schepen in Nederland tevens vermeende uiteinden van een ontwikkelingscurve. Het meest ‘mediterrane’ schip is de Vlaamse De Meern 4 en dat is even oud als de gespijkerde Zwammerdam 4 (circa 100 na Christus). De mediterrane, complexe veer-en-deuveltechniek wordt in de latere schepen niet meer aangetroffen. Het veel eenvoudigere spijkeren van de plankdelen is dan algemeen gebruik.30 Mediterrane, Gallo-Romeinse en 16 inheemse bouwmethoden liepen door elkaar heen. De Romeinse voet van 29,6 centimeter is als basismaat manning van circa twintig roeiers. Het Vechten-schip voor vlakplanken, afstanden tussen spanten en totale komt daarmee qua bouw en grootte overeen met de lengtes goed gedocumenteerd.31 Bouwmethodes die twee galeien die in Oberstimm (Duitsland) zijn opge- voor deze streken het best resultaat opleveren (minder graven.34 complex en arbeidsintensief) selecteerden zichzelf uit. Het lijkt erop dat de mediterrane veer-en-deuveltech- Velsen, plankdelen niek niet goed voldeed in platbodems. Bij ronde rom- Op een aantal plankdelen gevonden in Velsen 1 (castel- pen waar spanning op de verbindingen komt te staan lum Flevum) zijn aanwijzingen voor veer-en-deuvel- (galeien), werkt de techniek goed. Bij platte bakken als techniek aangetroffen. Dit wijst op de mediterrane scheepsvorm houdt je met deze techniek speling op de scheepsbouwtechniek. De datering van Velsen 1 en delen en dat maakt de techniek uiteindelijk ongeschikt daarmee de planken valt dan tussen 14 en 28 na voor platbodemvaartuigen.32 Christus.35 Als het hier om scheepsresten gaat zal het vermoedelijk gaan om een mediterrane galei. Scheepsresten: galeien Woerden 8 In de Woerden 7 is een nog niet gedateerd los spantje In het volgende overzicht komen de bekende Romeinse gevonden dat in ieder geval niet bij de Woerden 7 hoor- galeien en aan dit scheepstype toegeschreven fragmen- de. Het fragment verraadt een pen-en-gattechniek en ten kort aan bod. Daarna volgt een overzicht van de dus een van oorsprong mediterrane manier van overige schepen, de platbodemvaartuigen. scheepsbouw. Er wordt daarom wel gedacht dat dit een fragment van een galei kan zijn geweest.36 Maar of dat Schip van Vechten ook daadwerkelijk zo is, is allerminst zeker. Tijdens opgravingen in Vechten bij het Romeinse cas- tellum Fectio in de jaren 1892-1894 werden resten Zwammerdam 2a van een Romeinse galei aangetroffen. Het vaartuig Er is in Zwammerdam in 1972 een ongedateerd had een eikenhouten kiel met aan weerskanten zeven scheepsfragment (vier planken van dennenhout) ge- huidgangen. De planken waren op mediterrane wijze vonden dat niet hoorde bij een van de geïdentificeerde aan elkaar bevestigd door middel van veer-en-deuvel- Zwammerdam-schepen (zie onder). De planken waren techniek.33 Eikenhouten spanten waren op de huid in veer-en-deuveltechniek verbonden en te vergelijken (als grenenhout omschreven) bevestigd met houten met het Vechten-schip.37 Voor dit fragment geldt het- pennen. De lengte van het schip bedroeg meer dan zelfde als voor de Woerden 8; dat de planken van een 12 meter bij een breedte van 3 meter en een holte galei afkomstig zijn is het daarmee nog niet bewezen. van circa 1,5 meter. Er zijn aanwijzingen voor een roei-inrichting gevonden. Er was plaats voor een be- Scheepsresten: vrachtschepen 15 De Meern 1 tijdens de opgraving. De resten van vrachtschepen omvatten elf grote plat- bodemvaartuigen, zeven boomstamboten en een pun- 16 Detail van het wandprofiel van De Meern 4. Duidelijk te zien is de ter. De Meern in Utrecht is in de afgelopen jaren – sa- tak die als kniestuk uit de legger steekt. men met Woerden en Zwammerdam – uitgegroeid tot de regio met de belangrijkste Romeinse scheepsvond- > Archeo 2013-4 deel A_WTK nr. 2-2006 deel A 09-12-13 17:33 Pagina 22 22 Onderzoek ARCHEObrief 17 sten in Noordwest-Europa. Bij De Meern lag een Ro- De Meern 2 meins castellum en er zijn veel details van de limesin- Op het Nieuwe Veld in De Meern is een fragment van frastructuur (wegen/beschoeiingen en wachtposten) een boomstamboot aangetroffen. Circa 6 meter is opgegraven. waargenomen. Gaten in de wand wijzen op een herge- bruik als visbun of kaar. Het fragment wordt gedateerd De Meern 1 in de tweede eeuw na Christus. De Meern 1 (24,60 bij 2,7 meter) is aangetroffen in een restgeul van de Heldammerstroomgordel. Het wrak De Meern 3 werd ontdekt in 1997 en is opgegraven in 2003. De Dit is een fragment van een boomstamboot, dat is ge- Meern 1 is in zijn geheel gelicht en geconserveerd. Het vonden in de opgevulde rivierbedding. Het is gedateerd schip is een van de weinige Romeinse vaartuigen waar- in de tweede eeuw na Christus. van we zeker weten dat het per ongeluk is gezonken. Niet alleen het schip, maar ook de scheepsinventaris is De Meern 4 goed bewaard gebleven. Bijzonder is dat het verblijf De Meern 4 (circa 27 bij 4 meter) werd in 2003 ont- van de schipper en de bemanning (roef) en de kom- dekt en is in 2005 nader onderzocht. Het schip is afge- buis in goede staat zijn teruggevonden. De Meern 1 dankt en afgezonken als onderdeel van een beschoei- heeft een opvallend slanke romp (1 : 9,1). De leggers ing. Jaarringonderzoek levert een kapdatum op in circa zijn in paren geplaatst. Een mastspoor is uitgespaard 100 na Christus.41 De Meern 4 is daarmee een van de in een verbrede legger. De Meern 1 is gebouwd volgens vroegste representanten van de platbodemvaartuigen in de ‘huid eerst’ methode: eerst bouwt men de romp ons land. Planken worden bijeengehouden door waarbij gebruik wordt gemaakt van hulpspanten die la- middel van mediterrane veer-en-deuveltechniek. De ter verwijderd worden.38 De achtergebleven spijker- leggers zijn enkelvoudig geplaatst. Bij de bouw van De gaatjes worden opgevuld met houten pennetjes.39 Re- Meern 4 is de ‘huid eerst’-methode toegepast (zie ook cent onderzoek plaatst de herkomst van het hout voor De Meern 1).42 In het schip zijn basaltblokken aange- de boordgangen en de roetdeurtjes in Vlaanderen. De troffen die ook in de beschoeiing zijn gevonden. Het is kapdatum van het hout levert een datering op rond niet helemaal duidelijk of de basaltstenen moeten wor- 148 na Christus. Op grond van vondsten uit het schip, den opgevat als lading of dat ze tijdens het afzinken in waaronder met name schoeisel uit de scheepsroef, is het schip zijn terechtgekomen.43 Recent onderzoek de datering van ondergang bepaald op circa 200 na plaatst de herkomst van het hout in Vlaanderen.44 Christus.40 De Meern 5 Dit is een enkele decennia geleden gemeld vaartuig. Helaas is de exacte locatie niet meer bekend. De Meern 6 In maart 2008 werd in een verlande rivierarm van de Rijn een tot dan toe voor de Romeinse tijd onbekend type vaartuig gevonden. De resten werden geborgen. Het gaat om een punterachtig scheepje. Een punter is een kleine open platbodem met lancetvormig uiteinde. Een goed bewaard gebleven lancetvormige vlakplank (7,49 bij 0,62 meter) wijst onmiskenbaar op een pun- terachtig uiterlijk. Tot dusver zijn twee delen (vlakplank 18 boordgang) en een spant geborgen. In het aangetroffen Archeo 2013-4 deel A_WTK nr. 2-2006 deel A 09-12-13 17:33 Pagina 23 Onderzoek 23 ARCHEObrief deel was een inkeping voor de stevenbalk, die in het midden van de boot was aangebracht. Uit deze gege- vens kan de breedte van het vlak worden herleid tot 1,05 meter. De totale lengte komt op 9 meter. De boordgang was in een sponning aan de buitenzijde van de vlakplank geplaatst. Verbindingen waren gespijkerd. Het spantje dat op het vlak is geplaatst, geeft een hoek van 125 voor de boordgang. Spijkerresten op het vlak geven een regelmatige tussenafstand van 59,75 centi- meter, wat overeenkomt met twee Romeinse voeten. Jaarringonderzoek plaatst de kapdatum van het hout na 158 na Christus. Recent onderzoek plaatst de herkomst van het hout in Vlaanderen.45 De Meern 6 wordt op grond van omgevingsvondsten voorlopig in de derde eeuw gedateerd.46 In de gemeente Woerden zijn sinds 1978 tijdens opgra- vingen zes Romeinse scheepswrakken ontdekt. In Woerden lag het Romeinse castellum Laurium. Het laatste exemplaar, de Woerden 7, werd in 2003 tijdens archeologisch onderzoek in het kader van de herinrich- ting van het centrum van Woerden in de bedding van de Oude Rijn gevonden. Woerden 1 De Woerden 1 is ontdekt in 1979 bij het voormalige Sint-Jozefpensionaat. Het wrak was afgezonken als onderdeel van de oeverbeschoeiing. Er is ongeveer 10 meter opgegraven en gedocumenteerd van boeg tot de 19 mastspoor. De rest van de Woerden 1 is in situ be- waard. De lengte (29,6 meter = 100 Romeinse voet) is afgeleid uit de verhouding mast boeg die circa een den, wijzen op een datering in de derde eeuw. Het kwart van de totale lengte uitmaakt. De maximale schip moet dus zijn (af)gezonken aan het begin van de breedte was 3 meter (10 Romeinse voet). Het schip was derde eeuw na Christus. In de Woerden 1 zijn resten overnaads gebouwd en de leggers waren in paren ge- van de lading gevonden, die bestond uit graan afkom- plaatst. Op een extra brede legger was het mastblok be- stig uit het Belgische löss-gebied.48 vestigd. Boven het mastblok bevond zich een mast- bank. Hierachter was een onderkomen voor de beman- Woerden 2 ning met haardplaten van dakpandelen.47 De boeg De Woerden 2 is een platbodemvaartuig en werd in bestond uit één stuk hout in de vorm van een punt. 1988 ontdekt bij saneringswerkzaamheden op het ter- Het hout van de Woerden 1 is gekapt na 169 na rein van de voormalige gasfabriek aan de Christus. Aardewerk dat onder het wrak is gevonden, Oranjestraat.49 In 1998 werd het wrak nogmaals waar- werd gedateerd in het laatste kwart van de tweede eeuw genomen. De aard van de bodemverontreiniging ter na Christus. Schoenzolen die in het wrak zijn gevon- plaatse heeft deugdelijk opgraven en documenteren be- let. Er is ongeveer 14 meter van het schip waargeno- men. Opvallend is een t-vormig stuk hout dat waar- 17 Overzicht van de Woerden 7. schijnlijk de afdichting van de achtersteven vormde. Twee bodemplanken en opboeisel zijn afkomstig uit 18 Het achterschip van de Woerden 7 heeft kruislings geplaatste leg- dezelfde boom, vermoedelijk uit de Ardennen. Deze gers ter versteviging van de heve. boom werd omgehakt na ad 184. Resten van de Woer- den 2 zijn nog in situ bewaard. 19 Boven: De Zwammerdam 2. De achtersteven is trapezoïde van vorm. Onder is de Zwammerdam 6 afgebeeld met kruislings Woerden 3 geplaatste leggers, zoals ook de Woerden 7 die heeft. De Woerden 3 is een opgeboeide boomstamboot die in 1988 bij saneringswerkzaamheden op het terrein van de > Archeo 2013-4 deel A_WTK nr. 2-2006 deel A 09-12-13 17:33 Pagina 24 24 Onderzoek ARCHEObrief 20 voormalige gasfabriek aan de Oranjestraat is ontdekt. De in een roeidol maar op het boord. Deze werden met lengte bedroeg circa 12 meter bij een breedte van 1,2 me- een (leren) riem op hun plek gehouden. De lussen wa- ter. Er was een mastbankje aanwezig. Het scheepje kon ren in een gat door het boord bevestigd (dolboordga- dus gezeild worden. De kapdatum van het hout is den- ten). Er was plaats voor ten minste twaalf, maar waar- drochronologisch gedateerd in circa 202 na Christus. schijnlijk meer roeiers. Ook is een aantal roeibanken teruggevonden; deze waren met zwaluwstaartverbin- Woerden 4 ding vastgemaakt op het boord. Er is een spilwang is De Woerden 4 werd in 1576 ontdekt bij werkzaamhe- aangetroffen die waarschijnlijk met de stuurinrichting den aan de vestingwerken. Reuvens beschrijft het in te maken had. Dendrodatering levert een kapdatum op 1823 en noemt het vaartuig vermoedelijk van Romeinse tussen september 162 tot april 163 na Christus. Het oorsprong. Er is verder geen informatie over dit wrak. vondstmateriaal (onder andere meerdere leren schoe- nen) geeft een datering in het laatste kwart van de Woerden 5 tweede eeuw. Het schip is ongeveer 10 tot 15 jaar in ge- De Woerden 5 is een boomstamboot die in 1988 werd bruik geweest.51 De Woerden 7 is gebouwd met hout ontdekt bij saneringswerkzaamheden op het terrein dat grotendeels uit de Ardennen afkomstig was. Voor van de voormalige gasfabriek aan de Oranjestraat. De een aantal onderdelen is hout van de oeverwallen van stuurboordkant en een deel van de bodem zijn bewaard de Oude Rijn gebruikt (zie boven).52 Het hout van de gebleven. De spanten zijn los van de bodem. In de Zwammerdam schepen wordt bewaard bij de rce in wand zitten gaten die erop wijzen dat het gehele vaar- Lelystad. tuig is gebruikt als viskaar.50 Tijdens opgravingen in Zwammerdam in de jaren Woerden 6 1971-1974 door het Instituut voor Pre- en Protohistorie Dit betreft Woerden 2, zie onder de beschrijving van (ipp) zijn nabij het Romeinse castellum (Nigrum Pul- dat schip. lum) zes scheepsresten gevonden. Drie van de zes wa- ren boomstamkano’s, waarvan twee waren uitgerust Woerden 7 met een viskaar. De vondsten in Zwammerdam zijn be- De Woerden 7 is in juni 2003 onverwachts aangetrof- langrijk, omdat voor het eerst complete schepen uit de fen op de Nieuwe Markt. Het bleek een vaartuig met Romeinse tijd werden aangetroffen, die een schat aan een combinatie van roei- en zeil/jaagmogelijkheden. constructiedetails opleverden.53 De Romeinse platbodemvaartuig meet 29,6 bij 4,70 bij 1,00 meter en is daarmee exact 100 Romeinse voet Zwammerdam 1 lang. Op de achtersteven zijn twee kruislings geplaatste De Zwammerdam 1 werd aangetroffen vóór de buiten- spanten aangebracht. Alle verbindingen zijn gespij- ste kade van de castellum-haven. Het was een boom- kerd. Een verrassend aspect van de Woerden 7 is de stamboot gemaakt van eik. Meer dan de helft mid- aangetroffen roei-installatie. De roeiriemen lagen niet scheeps is vernietigd door een dragline. Delen van de Archeo 2013-4 deel A_WTK nr. 2-2006 deel A 09-12-13 17:33 Pagina 25 Onderzoek 25 ARCHEObrief voor- en de achtersteven zijn bewaard gebleven. De aangebracht in het boeisel met even daarvoor op het lengte was 6,99 meter en de breedte circa 1,05 meter. boord een slijtplek (afbeelding). Deze karakteristieke ei- Het vaartuig was uitgerust met een voorplecht en opge- genschappen zijn pas met de ontdekking van de Woer- timmerd dolboord om de rand tegen de roeiriemen te den 7 in 2003 herkend als roeiconstructie (zie Woer- beschermen. De Zwammerdam 1 lijkt een vissersboot den 7). Het vaartuig kon dus worden geroeid en ge- te zijn geweest, uitgerust met visbun om levende vis te zeild.58 Het scheepje lijkt lang in de vaart te zijn bewaren. Een deel van de boorden is met dit doel ge- geweest; scheuren in de bodem zijn gerepareerd. Om- perforeerd om water in en uit te laten stromen.54 De gevingsvondsten wijzen op een datering in het laatste overgebleven achterzijde was afgedicht met een vertica- kwart van de tweede eeuw of het begin van de derde le plank. In het voordekje was een uitsparing aange- eeuw.59 bracht voor een luikje, om levende vis in en uit de bun te halen. Het scheepje kan op grond van de ligging en Zwammerdam 4 omgevingsvondsten grofweg worden gedateerd in het De Zwammerdam 4 is een groot karveelgebouwd plat- laatste kwart van de tweede eeuw of het begin van de bodemvaartuig van circa 34 bij 4,40 bij 1,20 meter (120 derde eeuw.55 Romeinse voet lang). Het wrak was afgezonken. Het voorste en achterste deel ontbreken. Het vlak bestond Zwammerdam 2 uit zes planken. De leggers (94) zijn in paren geplaatst De Zwammerdam 2 is een platbodemvaartuig van cir- met om en om gepositioneerde kniestukken, en zijn ca 22,75 bij 2,95 bij 0,95 meter. De breedte (10 Ro- van binnen naar buiten gespijkerd op het vlak en de meinse voet) en de standaardmaten van de vlakplan- kim. Een zware mastvoet is uitgespaard in een extra ken verraden een Romeinse maatvoering.56 Het wrak brede legger, verstevigd met ijzeren banden die op een was afgedankt en gebruikt in de kadebeschoeiing van kwart van de scheepslengte vanaf de voorsteven zijn het castellum. De leggers zijn met de natuurlijke bevestigd. Ook is er een mastbank aangetroffen. Den- kniestukken alternerend geplaatst. Ze zijn deels ge- drodatering van het schip levert een precieze kapdatum spijkerd en deels met houten pennen vastgemaakt op op in 97 na Christus.60 Aardewerkvondsten uit de om- het vlak en de kim. Er is gespijkerd van buiten naar geving van het schip geven een datering in het laatste binnen. De natuurlijke kniestukken en overige verti- kwart van de tweede eeuw na Christus. Daarmee zou cale spantdelen (oplangers) vallen in een met inke- de Zwammerdam 4 meer dan tachtig jaar in de vaart pingen voorziene balk (binnenboord). Van binnenuit zijn geweest. Een indicatie voor de lading van het schip zijn de oplangers met lange spijkers bevestigd, waar- geeft het tussen de planknaden gevonden baksteen- bij de punten weer zijn teruggeslagen in de boord- gruis. Het schip zou bouwmateriaal kunnen hebben gang (geniet). De boordgang is overnaads bevestigd aangevoerd voor het in steen uitvoeren van onder ande- op de kim. De mastvoet was uitgespaard in een op de re het castellum Nigrum Pullum in Zwammerdam. De leggers aangebracht zaathout. Omgevingsvondsten Zwammerdam 4 lijkt in veel opzichten op een aak die dateren het schip tussen 150 en 200 na Christus.57 In is gevonden in de Main en die ook uit de late eerste het schip is leisteen (Grauwackenschiefer) uit het Bo- eeuw stamt.61 venrijngebied aangetroffen, dat een indicatie over de lading geeft. Zwammerdam 5 Dit vaartuig is in 1973 gevonden in een opgevulde ri- Zwammerdam 3 vierbedding nabij het castellum Nigrum Pullum. De Zwammerdam 3 is een boomstamboot, gemaakt uit aangetroffen lengte was 5,48 meter bij een breedte van een eikenboom, met een lengte van 10,66 meter leng- 0,76 meter. Op de boorden was een dolboord gespij- te. De boot is opgeboeid met planken van niet-inheem- kerd. De boomstamboot was in gebruik als viskaar se zilverspar en verlengd met een voorstevenplank met (opslagbak voor levende vis). Voor dat doel was een een gat erin (waarschijnlijk om de boot vast te leggen). groot aantal gaatjes over de gehele lengte van de zij- Spanten zorgden voor versteviging. Vier spanten zijn kant geboord en was de bovenzijde met planken afge- om en om in paren geplaatst, zoals bij platbodemvaar- dekt. Een luikje om de vis in de kaar te kunnen doen tuigen. De boomstamboot was uitgerust met een mast- was met ijzeren scharnieren in het dek bevestigd. Dit spoor en een roei-inrichting. Midscheeps was een gat vaartuig is net als de Zwammerdam 1 in de lengte doorgezaagd. Het uiteinde werd afgesloten met een verticale plank (spiegel) toen het het in tweede instan- 20 In januari 2014 gaat Kees Sars (Sars houtbouw) beginnen met de tie tot viskaar werd omgebouwd.62 Het is mogelijk dat bouw van de Xanten-Wardt in Xanten. In 1993 maakte hij al een de boot nooit heeft gefunctioneerd maar bij de bouw reconstructie van de Zwammerdam voor het Archeon. al was ‘afgekeurd’, om vervolgens als viskaar te wor- den gebruikt.63 > Archeo 2013-4 deel A_WTK nr. 2-2006 deel A 09-12-13 17:33 Pagina 26 26 Onderzoek ARCHEObrief Zwammerdam 6 Alblasserdam De Zwammerdam 6 is de kleinste van de drie platbo- In Alblasserdam is tijdens opgravingen in 1973 een demvaartuigen die in Zwammerdam zijn gevonden fragment van een boomstamboot aangetroffen. Er is (20,30 bij 3,10 bij 0,90 meter). Het wrak was afgezon- een fragment van slechts 3 meter bewaard gebleven. In ken en nagenoeg compleet. Natuurlijke kniestukken/ de huid van de boot is een aantal houten pennetjes van oplangers vallen in een met inkepingen voorziene balk gelijke lengte aangetroffen, die gebruikt zijn om de (binnenboord), die is bevestigd aan de binnenkant van dikte van de huid gelijk te maken. Op grond van neder- de boordgang. Opvallend is de kruislingse versteviging zettingssporen uit de Romeinse tijd is het scheepsfrag- op voor- en achtersteven. De Zwammerdam 6 vertoont ment grofweg in de Romeinse tijd gedateerd.67 veel overeenkomsten met de Woerden 7. De gelijkenis is zodanig dat er van een zusterschip wordt gespro- Zwammerdam, stuurriem ken. Zo is de roei-inrichting, waarbij roeiriemen op de Deels onder de Zwammerdam 5 werd in 1973 een boorden rustten en met lussen door gaten in de boor- eikenhouten stuurriem gevonden met een lengte van den waren bevestigd, ook in de Zwammerdam 6 her- 5 meter. De breedte van het blad bedraagt 1,24 meter. kend.64 Op een enkele plek is veer-en-deuvelverbin- Het blad bestaat uit drie delen die door middel van ding vastgesteld. De levensduur van het schip is af te veer-en-deuveltechniek zijn bevestigd. De roerstok leiden uit omgevingsvondsten. Aardewerk wijst op een bevat een uitsparing voor de helmstok. Er zijn in gebruik tot in het laatste kwart van de tweede eeuw na Noordwest-Europa slechts twee andere – uit een enkel Christus. stuk eikenhout vervaardigde – stuurriemen uit de Romeinse tijd bekend; deze zijn gevonden in Bevaix en Kapel Avezaath Newstead.68 In 1968 is bij zandwinning in een verland gedeelte van de Linge bij Kapel Avezaath een Romeins platbodem- vaartuig aangetroffen en opgegraven. De resten wijzen Noten op een lang en smal schip (circa 30 meter lang). Van de 1 Tacitus, Annales 2.6.2: ‘Mille naves sufficere visae properataeque, aliae bre- ves, angusta puppi proraque et lato utero, quo facilius fluctus tolerarent; bodem kon een deel van circa 12 bij 0,92 meter wor- quaedam planae carinis, ut sine noxa siderent.’ Tacitus beschrijft in het den gevolgd en getekend. De vlakplanken waren opval- fragment twee type schepen die ook in Nederland zijn teruggevonden: het lend onregelmatig van breedte. De leggers waren in Vechten-schip en platbodemvaartuigen zoals onder andere opgegraven in Zwammerdam. paren geplaatst. Er is geen spoor van een mastvoet of 2 Tacitus, Historiae, iv.16. Hij spreekt hier over een vloot van 24 schepen zaathout vastgesteld. De leggers waren met ijzeren spij- bemand met Bataven, matrozen en soldaten. kers op het vlak vastgeniet. Naast spijkers zijn voor de 3 Resten van gevechtsschepen zijn zeldzaam. Voor de kust van West-Sicilië zijn bevestiging ook onregelmatig aangebrachte houten twee scheepswrakken (Marsalla i en ii uit de derde eeuw voor Christus) pennen gebruikt.65 gevonden. Recentelijk is in hetzelfde gebied een aantal bronzen (Egadi rams) scheepsrammen gevonden (http://machuproject.eu/machu_cms/?ql=101). In Mainz zijn resten van vier kleine galeien uit de derde en vierde eeuw na Druten Christus aangetroffen en in Oberstimm zijn twee galeien rond 100 na Christus In 1973 is in een verlande Waalarm bij de Romeinse gevonden. 4 Oorspronkelijk was een liburna een snel piratenschip dat in gebruik was bij villa van Druten een platbodemvaartuig aangetroffen. de Illyrische stam van de Liburnii. Deze schepen werden door de Romeinen Er is 16 meter bewaard gebleven. De oorspronkelijke overgenomen. Zie onder andere Van Daele (2006), 57. In de vierde eeuw wor- lengte bedroeg circa 27 meter en met een breedte van den dergelijke galeien ‘navis lusoria’ genoemd. minder dan 4 meter was het schip vrij slank. De 5 Zie Pferdehirt (1995). 6 Konen (2000), 280. dwarsverbanden bestonden uit paarsgewijs geplaatste 7 Onder andere Van Es (1981), 117. leggers met zijtakken die als kniestukken dienden. De 8 Cattrysse (2010). spanten waren met ijzeren spijkers en houten pennen 9 Velsen 1: Morel (1988) en Jansma (1985). op vlak en kim bevestigd. De kim is niet strikt l-vor- 10 Koehler (1997), 36. 11 Er staat een Fins filmpje uit 1936 op YouTube dat laat zien hoe men een mig, maar eerder rond en de boorden stonden wat boomstamboot bouwt. Ook het branden en spanten aanbrengen komen aan schuin op het vlak. Daarmee wijkt Druten af van de bod. http://www.youtube.com/watch?v=kW7BdhOZZ_c). overige schepen van het type Zwammerdam in 12 Aarts (2012). Het rapport is te downloaden via www.utrecht.nl/smartsite.dws?id=234883# Nederland. De leggers waren in paren geplaatst. Er 13 Jansma en Morel (2007), 286. Daarmee is het argument dat dergelijke sche- zijn overblijfselen van een dek of cabine gevonden. pen zouden voortkomen uit een boomstamboottraditie niet langer houdbaar. Het Druten-schip wordt gedateerd rond 200 na 14 Bockius (2004). Christus. Verkoolde houtresten doen vermoeden dat 15 Morel (1988), 60. 16 Morel e.a. (2007). het schip door vuur als gevolg van een ongeluk is ver- 17 De Weerd (1988), 143 en G. Moeyens in Jansma en Morel (2007), 160-163. gaan. In het schip is steengruis en dakpanmateriaal 18 Jansma en Morel (2007), 160 e.v. aangetroffen dat een indicatie geeft van de laatste 19 Idem, 169. lading van het schip.66 20 Het dccd: http://dendro.dans.knaw.nl. Archeo 2013-4 deel A_WTK nr. 2-2006 deel A 09-12-13 17:33 Pagina 27 Onderzoek 27 ARCHEObrief 21 Blom en Vos (2008), 392, Jansma en Morel (2007), 295 en Morel e.a. (2007), 77. Literatuur 22 Dit onderzoek gebeurt in samenwerking tussen de rce en Vlaams Erfgoed, en - Aarts, A.C. (2012), lr62: Archeologisch onderzoek in een fossiele rivierbedding is mede mogelijk gemaakt door nwo. bij het castellum van De Meern, Basisrapportage Archeologie 43, Utrecht 23 Domínguez-Delmás et al. (2013). - Asaert, G., J. van Beylen en H.P.H. Jansen (red., 1976) Maritieme geschiedenis 24 Jansma e.a. (in voorbereiding). der Nederlanden, Bussum 25 Morel e.a., 63-64. - Blom, E. en W.K. Vos (red., 2008), Woerden-Hoochwoert. De opgravingen 26 Hoewel Tacitus vermeldt dat voor de expeditie van Germanicus (15/16 na 2002-2004 in het Romeinse Castellum Laurium de vicus en van het schip de Christus) veel ‘platbodemvaartuigen’ nodig waren voor troepentransport, was ‘Woerden 7’, Amersfoort (adc Monografie 2) dit een uitzonderlijke situatie. - Bockius, R. (2002), ‘Das Wrack von Vechten’, in: A. Mees en B. Pferdehirt, 27 Blom en Vos (2008), 419. Römerzeitliche Schiffsfunde, in der Datenbank ‘Navis i’, Bonn (Kataloge Vor- 28 Haalebos (1997), 74-75, voor de lading: 82. und Frühgeschichtlicher Altertümer 29), 60-63 29 Idem, 377. - Bockius, R. (2004), ‘Antike Prahme und ihre Rolle in der Binnenschiffahrt der 30 Dezelfde tendens is te zien bij galeien. Oberstimm en Vechten (rond 100 na gallisch-germanischen Provinzen’, in: K. Brandt en H.J. Kühn (ed.), Der Christus) zijn in veer-en-deuveltechniek, terwijl de vier schepen van Mainz Prahm aus dem Hafen von Haithabu. Beiträge zu antiken und mittelalterli- (na 250 na Christus) alle gespijkerd zijn. In Millingen aan de Rijn is tussen chen Flachbodenschiffen, Neumünster 2004, 125-151 2010 en 2012 een replica gebouwd van een Romeins militair schip de Mainz 3 - W. Brouwers, P. van der Heijden en K. Sars (2010), ‘De bouw van een Romeins (eind 4e eeuw na Chr.). Zie hiervoor Brouwers, Sars, Van der Heijden (2010). oorlogsschip in Millingen’, in: Archeobrief, nr. 4, 2-9 31 De Weerd (1988). - Cattrysse, A. (2010), Vergelijkende studie van de Romeinse militaire havenin- 32 Morel e.a. (2007), 66. frastructuren, eerste eeuw v.o.t. – tweede eeuw, Universiteit Gent 33 De Weerd (1988), 185, Asaert e.a. (1976), 22. - Daele, B. van (2006), De Romeinse marine, Leuven 34 ‘Demnach stimmt der Schiffsfund von Vechten in wesentlichem Umfang mit - Domínguez-Delmás, M., M. Driessen, I. García-González, N. van Helmond, Bauweise, Abmessungen und Betriebsart der Mannschaftsboote von R.M. Visser en E. Jansma (2013), ‘Long-distance oak supply in mid-2nd cen- Oberstimm überein und kommt als früher Vertreter des Typs Oberstimm in tury ad revealed: the case of a Roman harbour (Voorburg-Arentsburg) in the Betracht.’ Bockius (2002), 60-63. Netherlands’, in: Journal of Archaeological Science 41 (2014), 642-654 35 Morel (1988). - Es, W.A. van (19812), De Romeinen in Nederland, Bussum 36 http://www.woerden7.nl/Voorgeschiedenis/EerdereSchepen.htm. - Haalebos J.K., ‘Een Romeins graanschip in Woerden’, in: Jaarboek Oud- 37 De Weerd (1988), 182. Utrecht (1997), 67-96 38 RAM 144, p. 107. - Heide, G.D. van der (1974), Scheepsarcheologie. Onderzoek van gezonken 39 Idem p. 109. schepen in Nederland en elders in de wereld, Naarden 40 Jansma en Morel (2007), 341. - Jansma, E., K. Haneca en M. Kosian (in voorbereiding), A dendrochronologi- 41 Morel e.a. (2007), Esther Jansma, 70 en 114. cal reassessment of three Roman vessels from the Central Netherlands (De 42 Morel e.a. (2007), 39. Meern 1, 4 and 6): evidence of an inland-navigation connection between 43 Idem, 50. Gallia Belgica and the limes of Germania inferior 44 Jansma e.a. (in voorbereiding). - Jansma, E., R.J. van Lanen, P.W. Brewer en R. Kramer (2013), ‘The dccd, a 45 Idem. digital data infrastructure for tree-ring research’, in: Dendrochronologia 30, 46 http://www.cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/u4/De%20Meern%206.pdf. nr. 4, 249-251 Zie ook http://www.cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/u4/racm_nieuws- - Jansma, E. en J.M.A.W. Morel (2007), Een Romeinse Rijnaak, gevonden in brief_5_2008.pdf. Utrecht-De Meern. Resultaten van het onderzoek naar de platbodem ‘De 47 Dakpandelen, met stempel vex ex g nf, zijn ook bij De Meern 1 aangetroffen. Meern 1’, Amersfoort (ram 144) Vexillatio Exercitus Germanici inferioris. Een vexillatio is een tijdelijk dienst- - Koehler, L. (1997), Kano en Kaar. De documentatie van twee boomstamkano’s verband van het Romeinse leger voor speciaal opdrachten. Zie ook Jansma uit Zwammerdam, Dronten 1997 (doctoraalscriptie) en Morel, 203. - Konen H.C. (2000), Classis Germanica. Die Romische Rheinflotte im 1.-3. 48 Haalebos (1997),74, 75, voor de lading, 82. Jahrhundert n. Chr., St. Katharinen (Pharos 15) 49 Door een fout in de internationale database (navis i) is de Woerden 2 ook - Maarleveld, T. (2006), ‘Boten zonder geschiedenis, of wie is er bang voor een nog eens als de Woerden 6 beschreven. boomstamboot?’, in: R. Oosting en J. van den Akker, Boomstamkano’s, over- 50 Koehler (1997), 36. naadse schepen en tuigage. Inleidingen gehouden tijdens het tiende 51 Blom en Vos (2008), 399. Glavimans Symposion Lelystad, 20 april 2006, Amersfoort, 5-25 52 Idem, 392. - Morel, J.M.A.W. (1988), De vroeg-Romeinse versterking te Velsen 1, Amsterdam 53 Onder andere Haalebos (1997) en De Weerd (1988). In het kader van het (dissertatie) nwo-onderzoeksprogramma ‘Arts and Crafts in Roman Shipbuilding: raw - Morel, J.M.A.W., T. de Groot, D.J. Huisman en E. Jansma (2007), Het schip uit material management, construction technology, use and disposal of barges de Romeinse tijd De Meern 4 nabij boerderij de Balije, Leidsche Rijn, in the Lower Rhine region in the Roman period’ is het hout van de gemeente Utrecht. Waardestellend onderzoek naar de kwaliteit van het schip Zwammerdam-schepen opnieuw onderzocht. Binnenkort worden de resulta- en het conserverend vermogen van het bodemmilieu, Amersfoort (ram 147) ten gepubliceerd. - Norde E. (2004), Verstening en verscheping. De opkomst van het 54 Koehler (1997), 35. Zwammerdammer scheepstype, Leiden (scriptie Universiteit Leiden) 55 De Weerd (1988), 68. - Pferdehirt, B. (1995), Das Museum für antike Schiffahrt 1, Mainz 56 De Weerd (1987), 16 en De Weerd (1988), 107. - Plat Taylor, J. du, en H. Cleere (1978), Roman Shipping and Trade. Britain and 57 Ronald Bockius, in navis i. the Rhine Provinces, Londen (cba Research Report 24) 58 Maarleveld (2006), 10. - Weerd, M.D. de (1987), ‘Mastvoering in pedes montales en andere nieuwig- 59 Van der Heide (1974), 147. heden bij de bouw van de zogenaamde Keltische Rijnaken van 60 De Weerd (1988), 148 en Morel (e.a.), 61. Zwammerdam’, in: Raakvlakken, 15-23 61 navis i. - Weerd, M.D. de (1988), Schepen voor Zwammerdam, Amsterdam 62 De Weerd (1988), 85 en 87. 63 Koehler (1997), 74. 64 Blom en Vos (2008), 391. Zusterschip, dezelfde scheepsbouwer(s) en dus werf. Websites 65 Van der Heide (1974), 191-192 en Asaert, 25-26. navis i project: http://www2.rgzm.de/navis/home/frames.htm 66 Asaert, 28 en navis i. dccd: http://dendro.dans.knaw.nl 67 Van der Heide (1974), 119-120. Wrecks in situ: http://www.machuproject.eu/WIS-viewer.htm 68 De Weerd (1988), 173. www.woerden7.nl <

References (55)

  1. Blom en Vos (2008), 392, Jansma en Morel (2007), 295 en Morel e.a. (2007), 77.
  2. Dit onderzoek gebeurt in samenwerking tussen de rce en Vlaams Erfgoed, en is mede mogelijk gemaakt door nwo.
  3. Domínguez-Delmás et al. (2013).
  4. Morel e.a., 63-64.
  5. Hoewel Tacitus vermeldt dat voor de expeditie van Germanicus (15/16 na Christus) veel 'platbodemvaartuigen' nodig waren voor troepentransport, was dit een uitzonderlijke situatie.
  6. 27 Blom en Vos (2008), 419.
  7. Haalebos (1997), 74-75, voor de lading: 82.
  8. Idem, 377.
  9. Dezelfde tendens is te zien bij galeien. Oberstimm en Vechten (rond 100 na Christus) zijn in veer-en-deuveltechniek, terwijl de vier schepen van Mainz (na 250 na Christus) alle gespijkerd zijn. In Millingen aan de Rijn is tussen 2010 en 2012 een replica gebouwd van een Romeins militair schip de Mainz 3 (eind 4 e eeuw na Chr.). Zie hiervoor Brouwers, Sars, Van der Heijden (2010).
  10. De Weerd (1988).
  11. De Weerd (1988), 185, Asaert e.a. (1976), 22.
  12. 'Demnach stimmt der Schiffsfund von Vechten in wesentlichem Umfang mit Bauweise, Abmessungen und Betriebsart der Mannschaftsboote von Oberstimm überein und kommt als früher Vertreter des Typs Oberstimm in Betracht.' Bockius (2002), 60-63.
  13. 35 Morel (1988).
  14. De Weerd (1988), 182.
  15. Jansma en Morel (2007), 341.
  16. 41 Morel e.a. (2007), Esther Jansma, 70 en 114.
  17. Idem, 50.
  18. Idem.
  19. http://www.cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/u4/De%20Meern%206.pdf. Zie ook http://www.cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/u4/racm_nieuws- brief_5_2008.pdf.
  20. Dakpandelen, met stempel vex ex g nf, zijn ook bij De Meern 1 aangetroffen. Vexillatio Exercitus Germanici inferioris. Een vexillatio is een tijdelijk dienst- verband van het Romeinse leger voor speciaal opdrachten. Zie ook Jansma en Morel, 203.
  21. Haalebos (1997),74, 75, voor de lading, 82.
  22. Door een fout in de internationale database (navis i) is de Woerden 2 ook nog eens als de Woerden 6 beschreven.
  23. Koehler (1997), 36. 51 Blom en Vos (2008), 399.
  24. Idem, 392.
  25. Onder andere Haalebos (1997) en De Weerd (1988). In het kader van het nwo-onderzoeksprogramma 'Arts and Crafts in Roman Shipbuilding: raw material management, construction technology, use and disposal of barges in the Lower Rhine region in the Roman period' is het hout van de Zwammerdam-schepen opnieuw onderzocht. Binnenkort worden de resulta- ten gepubliceerd.
  26. Koehler (1997), 35.
  27. De Weerd (1988), 68.
  28. De Weerd (1987), 16 en De Weerd (1988), 107.
  29. Ronald Bockius, in navis i.
  30. Maarleveld (2006), 10.
  31. Van der Heide (1974), 147.
  32. De Weerd (1988), 148 en Morel (e.a.), 61. 61 navis i.
  33. De Weerd (1988), 85 en 87.
  34. 63 Koehler (1997), 74.
  35. Blom en Vos (2008), 391. Zusterschip, dezelfde scheepsbouwer(s) en dus werf.
  36. Van der Heide (1974), 191-192 en Asaert, 25-26.
  37. Asaert, 28 en navis i.
  38. Van der Heide (1974), 119-120.
  39. De Weerd (1988), 173. Literatuur - Aarts, A.C. (2012), lr62: Archeologisch onderzoek in een fossiele rivierbedding bij het castellum van De Meern, Basisrapportage Archeologie 43, Utrecht - Asaert, G., J. van Beylen en H.P.H. Jansen (red., 1976) Maritieme geschiedenis der Nederlanden, Bussum - Blom, E. en W.K. Vos (red., 2008), Woerden-Hoochwoert. De opgravingen 2002-2004 in het Romeinse Castellum Laurium de vicus en van het schip de 'Woerden 7', Amersfoort (adc Monografie 2)
  40. - Bockius, R. (2002), 'Das Wrack von Vechten', in: A. Mees en B. Pferdehirt, Römerzeitliche Schiffsfunde, in der Datenbank 'Navis i', Bonn (Kataloge Vor- und Frühgeschichtlicher Altertümer 29), 60-63
  41. - Bockius, R. (2004), 'Antike Prahme und ihre Rolle in der Binnenschiffahrt der gallisch-germanischen Provinzen', in: K. Brandt en H.J. Kühn (ed.), Der Prahm aus dem Hafen von Haithabu. Beiträge zu antiken und mittelalterli- chen Flachbodenschiffen, Neumünster 2004, 125-151
  42. - W. Brouwers, P. van der Heijden en K. Sars (2010), 'De bouw van een Romeins oorlogsschip in Millingen', in: Archeobrief, nr. 4, 2-9
  43. - Cattrysse, A. (2010), Vergelijkende studie van de Romeinse militaire havenin- frastructuren, eerste eeuw v.o.t. -tweede eeuw, Universiteit Gent - Daele, B. van (2006), De Romeinse marine, Leuven - Domínguez-Delmás, M., M. Driessen, I. García-González, N. van Helmond, R.M. Visser en E. Jansma (2013), 'Long-distance oak supply in mid-2nd cen- tury ad revealed: the case of a Roman harbour (Voorburg-Arentsburg) in the Netherlands', in: Journal of Archaeological Science 41 (2014), 642-654
  44. - Es, W.A. van (1981 2 ), De Romeinen in Nederland, Bussum - Haalebos J.K., 'Een Romeins graanschip in Woerden', in: Jaarboek Oud- Utrecht (1997), 67-96
  45. - Heide, G.D. van der (1974), Scheepsarcheologie. Onderzoek van gezonken schepen in Nederland en elders in de wereld, Naarden - Jansma, E., K. Haneca en M. Kosian (in voorbereiding), A dendrochronologi- cal reassessment of three Roman vessels from the Central Netherlands (De Meern 1, 4 and 6): evidence of an inland-navigation connection between Gallia Belgica and the limes of Germania inferior - Jansma, E., R.J. van Lanen, P.W. Brewer en R. Kramer (2013), 'The dccd, a digital data infrastructure for tree-ring research', in: Dendrochronologia 30, nr. 4, 249-251
  46. - Jansma, E. en J.M.A.W. Morel (2007), Een Romeinse Rijnaak, gevonden in Utrecht-De Meern. Resultaten van het onderzoek naar de platbodem 'De Meern 1', Amersfoort (ram 144)
  47. - Koehler, L. (1997), Kano en Kaar. De documentatie van twee boomstamkano's uit Zwammerdam, Dronten 1997 (doctoraalscriptie)
  48. - Konen H.C. (2000), Classis Germanica. Die Romische Rheinflotte im 1.-3. Jahrhundert n. Chr., St. Katharinen (Pharos 15)
  49. - Maarleveld, T. (2006), 'Boten zonder geschiedenis, of wie is er bang voor een boomstamboot?', in: R. Oosting en J. van den Akker, Boomstamkano's, over- naadse schepen en tuigage. Inleidingen gehouden tijdens het tiende Glavimans Symposion Lelystad, 20 april 2006, Amersfoort, 5-25
  50. - Morel, J.M.A.W. (1988), De vroeg-Romeinse versterking te Velsen 1, Amsterdam (dissertatie)
  51. - Morel, J.M.A.W., T. de Groot, D.J. Huisman en E. Jansma (2007), Het schip uit de Romeinse tijd De Meern 4 nabij boerderij de Balije, Leidsche Rijn, gemeente Utrecht. Waardestellend onderzoek naar de kwaliteit van het schip en het conserverend vermogen van het bodemmilieu, Amersfoort (ram 147)
  52. - Norde E. (2004), Verstening en verscheping. De opkomst van het Zwammerdammer scheepstype, Leiden (scriptie Universiteit Leiden)
  53. - Pferdehirt, B. (1995), Das Museum für antike Schiffahrt 1, Mainz - Plat Taylor, J. du, en H. Cleere (1978), Roman Shipping and Trade. Britain and the Rhine Provinces, Londen (cba Research Report 24)
  54. - Weerd, M.D. de (1987), 'Mastvoering in pedes montales en andere nieuwig- heden bij de bouw van de zogenaamde Keltische Rijnaken van Zwammerdam', in: Raakvlakken, 15-23
  55. - Weerd, M.D. de (1988), Schepen voor Zwammerdam, Amsterdam Websites navis i project: http://www2.rgzm.de/navis/home/frames.htm dccd: http://dendro.dans.knaw.nl Wrecks in situ: http://www.machuproject.eu/WIS-viewer.htm www.woerden7.nl
About the authors
Cultural Heritage Agency of the Netherlands, Faculty Member